Stay on track

Stay on track

Moving you forward

Newsletter

Back to overview

Betalingsregels bij overheidsopdrachten vanaf 1 januari 2025

Published on 02/04/2025

In navolging van een arrest van het Hof van Justitie*, werd – via het KB van 12 augustus 2024 (BS 16 september 2024) – de betalingsregeling van de overheidsopdrachten, die aan het Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten (hierna ‘KB Uitvoering’) zijn onderworpen, grondig gewijzigd. 

 


In het specifieke arrest oordeelde het Hof dat ‘een nationale regeling die op algemene wijze voor alle handelstransacties tussen ondernemingen en overheidsinstanties voorziet in een betalingstermijn van maximaal 60 kalenderdagen’ conform de Europese richtlijn 2011/7/EU inzake betalingsachterstand niet is toegestaan. 

Ook niet wanneer die termijn bestaat in een aanvankelijke termijn van 30 dagen voor een procedure voor goedkeuring of verificatie van de conformiteit van de geleverde goederen of de verrichte diensten met de overeenkomst en een aanvullende termijn van 30 dagen voor de betaling van de overeengekomen prijs hetgeen dus net door het KB uitvoering werd voorgeschreven.

Intrede van de ‘behandelingstermijn’

Via het KB van 12 augustus 2024 werd de betalingsregeling, zoals vervat in de desbetreffende artikelen van het KB Uitvoering, grondig herwerkt. Waar voorheen sprake was van een afzonderlijke verificatie- en betalingstermijn van telkens 30 dagen, is er onder de nieuwe wetgeving enkel nog sprake van een ‘behandelingstermijn’ van 30 dagen binnen dewelke zowel de verificatie- als de betalingsverrichtingen moeten worden uitgevoerd. 

In uitzonderlijke situaties kan de behandelingstermijn worden verlengd tot maximum 60 dagen. Er moet dan aan een reeks cumulatieve voorwaarden(2) worden voldaan:

  • de opdrachtdocumenten moeten dit uitdrukkelijk voorzien;
  • de verlenging moet objectief gerechtvaardigd zijn op grond van de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht;
  • de verlenging mag geen kennelijke onbillijkheid jegens de opdrachtnemer behelzen.

Afwijking voor overheidsopdrachten geplaatst door aanbesteders die gezondheidszorg verstrekken

Voor overheidsopdrachten geplaatst door aanbesteders die gezondheidszorg verstrekken en die specifiek voor dat doel zijn erkend, wordt in een afwijking voorzien. Zij het alleen voor opdrachten in verband met die specifieke gezondheidszorgactiviteit én wanneer voldaan is aan de volgende voorwaarden (3):

  • de opdrachtdocumenten vermelden dat ze van de algemene regel afwijken en voorzien in een procedure voor aanvaarding of verificatie (procedure waarbij de conformiteit van de geleverde prestaties met de overeenkomst wordt nagegaan);
  • de behandelingstermijn bedraagt niet meer dan 90 dagen (namelijk een verificatietermijn van maximum 30 dagen en een betalingstermijn van maximum 60 dagen);
  • aanbesteders moeten in de opdrachtdocumenten de door hen gekozen verificatietermijn opnemen met een maximum van 30 dagen;
  • de afwijkingsregeling wordt niet louter aangewend om een langere globale betalingstermijn te bekomen. Er hoeft geen motivering opgenomen te worden in de opdrachtdocumenten, maar de aanbesteder moet kunnen aantonen dat de betreffende procedure aangewend wordt om een andere reden dan het bekomen van een langere betalingstermijn.

Indien de aanbesteders niet voldoen aan deze vier cumulatieve voorwaarden, dan is de algemene regel van een behandelingstermijn van maximum 30 dagen van rechtswege van toepassing.

Betalingsregels ook van toepassing op overheidsbedrijven?

Artikel 6 § 4 van het KB uitvoering stelt expliciet dat - ongeacht het geraamde opdrachtbedrag -  op de opdrachten geplaatst door de overheidsbedrijven en die ressorteren onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet en van titel 2 van de wet defensie en veiligheid, de betalingsregels niet toepasselijk zijn.
Dit betekent evenwel niet dat deze overheidsbedrijven vrij zijn in het bepalen van de specifieke betalingstermijnen. Aangezien het KB uitvoering niet van toepassing is vallen zij terug op de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties (dewelke trouwens grotendeels overeenstemt met de huidige wijzigingen binnen het KB uitvoering)(4). Artikel 3 van de desbetreffende Wet dewelke stelt uitdrukkelijk dat zij van toepassing is op handelstransacties tussen ondernemingen en overheidsinstanties behoudens wanneer de regelgeving inzake overheidsopdrachten van toepassing is.

Verwijlinteresten

Aanbestedende overheden zijn verwijlintresten verschuldigd wanneer een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten niet tijdig betaald wordt. Het bedrag komt boven op het verschuldigde bedrag van de prestaties. De toe te passen rentevoet hangt af van de datum waarop het contract werd aangegaan.

Voor opdrachten gegund tussen 8 augustus 2002 en 15 maart 2013 en voor opdrachten gegund vanaf 16 maart 2013 wordt verwezen naar de rentevoet vastgesteld door de minister van Financiën in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties. Voor het eerste semester van 2025 bedraagt deze rentevoet 11,5 % (t.o.v. 12,5 % tijdens het tweede semester van 2024).



 (1) HvJ 20 oktober 2022, nr. C-585/20, BFF Finance Iberia SA
 (2) Artikel 9 § 2 KB Uitvoering
 (3) Artikel 9 § 3/1 KB Uitvoering
 (4) BS 7 augustus 2002