Stay on track

Stay on track

Moving you forward

Newsletter

Back to overview

Huisje, boompje… beestje? Wat mag wel en wat mag niet in een huurwoning?

Published on 01/04/2025

De discussie over huisdieren in huurwoningen woedt al sedert jaar en dag. Verhuurders willen liever geen beestenboel in hun eigendom, terwijl huurders hun trouwe viervoeter vaak als volwaardig gezinslid beschouwen. Op 20 december 2024 heeft het Hof van Cassatie een belangrijk arrest uitgesproken met meer duiding over het verbod op huisdieren in huurcontracten. 


Het arrest van het Hof van Cassatie

De zaak handelt over een vastgoedmakelaar die, in het kader van het te huur stellen van een woning, een advertentie online had gezet met de expliciete vermelding: "GEEN HUISDIEREN TOEGELATEN!!!". Er werd geen uitzondering gemaakt, zelfs niet voor assistentiehonden. Dit leidde tot een tuchtzaak waarbij de makelaar zowel in eerste aanleg als in hoger beroep werd veroordeeld.

Volgens de tuchtcommissie:

1. Was de advertentie ongepast en misleidend.
2. Vormde het algemeen verbod een inbreuk op artikel 22 van de Grondwet (recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven).
3. Schond het verbod artikel 8.1 EVRM (recht op respect voor privéleven, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie).

Toch vernietigde het Hof van Cassatie de veroordeling. De reden? De lagere instanties hadden onvoldoende gemotiveerd waarom het verbod in strijd zou zijn met fundamentele rechten. Het Hof bevestigde dat een eigenaar het recht heeft om in een advertentie te vermelden dat huisdieren niet toegelaten zijn.

Gevolgen arrest voor huurders en verhuurders 

Dit arrest stelt dat een huisdierenverbod niet per definitie onwettig is, maar dat de beoordeling geval per geval moet gebeuren. Factoren zoals de grootte van de woning, de impact op de buren en het soort huisdier spelen hierbij een rol. 

Voor verhuurders betekent dit dat een huisdierenverbod mogelijk is, mits goed gemotiveerd en in lijn met de kenmerken van de woning. Zo kan het bijvoorbeeld gerechtvaardigd zijn om een grote hond te verbieden in een kleine studio.

Voor huurders is er geen reden tot paniek: dit arrest betekent niet dat verhuurders zomaar huisdieren kunnen weigeren. Bovendien mag een verhuurder een huurcontract niet eenzijdig beëindigen enkel omdat een huurder een huisdier heeft, zelfs als er een verbodsbepaling in het contract staat. In geval van discussie zal de vrederechter een afweging maken tussen de belangen van beide partijen.

En wat met overlast?

Naast de verhouding tussen huurder en verhuurder speelt ook burenhinder een rol. Omwonenden die last ondervinden van een huisdier kunnen zich beroepen op artikel 3.101 BW en naar de vrederechter stappen. Die zal dan oordelen op basis van factoren zoals de frequentie, het tijdstip en de intensiteit van de overlast. Eigenaars van huisdieren blijven dus altijd verantwoordelijk voor mogelijke hinder en schade.

Conclusie: een kwestie van evenwicht

Uit het arrest van het Hof van Cassatie kan worden besloten dat een absoluut huisdierenverbod niet automatisch in strijd is met het recht op privéleven. Elke situatie vraagt een afzonderlijke beoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van zowel de verhuurder en omwonenden als de huurder en het huisdier. Bij betwisting is het uiteindelijk de vrederechter die de knoop doorhakt. Waar vrederechters voorheen een algemeen verbod op huisdieren in huurcontracten op regelmatige basis beschouwden als een schending van het recht op een privéleven, zullen zij nu evenwel met het besproken arrest van het Hof van Cassatie rekening moeten houden. 

Kortom, een evenwicht zoeken blijft de boodschap. Maar of je hond nu écht een poot aan de grond krijgt in een huurwoning? Dat hangt van de omstandigheden af.